Op huisbezoek

Op huisbezoek bij een patiënt die verzorgd moest worden.  Hij heeft eveneens een drugsverslaving. In het appartement zijn nog 2 mannen aanwezig, zij waren duidelijk onder invloed. De patiënt werd fysiek en verbaal agressief. De verpleegkundige heeft het appartement verlaten voordat de toestand escaleerde.  (verpleegkundige te Elsene)

Bespreking vanuit geweldbeheersing.

Hulpverleners moeten niet alles aankunnen.  Persoonlijke grenzen worden voelbaar (klamme handen, hart slaat sneller, spanning in de spieren, enz. zie flight, freeze en fight reactie).  Deze signalen moet je bewust ervaren en zeker niet negeren.  Soms vinden hulpverleners dat ze dat moeten kunnen of dat ze zich aanstellen.  Het is belangrijk om je eigen aanvoelen van de situatie au serieus te nemen en hierop gepast te reageren.   Vooral dit laatste is niet altijd zo evident.  Voorgaande ervaringen kunnen hier natuurlijk wel helpen.  Zo leer je welke situatie meer gevaarlijk zijn dan andere.  Zo kan je ook bepaalde procedures vooraf met je team en met je cliënten bespreken. (Als ik op huisbezoek kom, dan..)

Deze verpleegkundige kiest ervoor om de situatie te verlaten.  In termen van reactie op agressie zou je dat een vluchtreactie kunnen noemen.  In termen van conflicthantering noemen we dit het vermijden van confrontatie.  Je gaat gewoon weg.  Hoe simpel kan het zijn?  Toch weten we dat hieraan een heel denkproces vooraf gaat en maar goed dat deze verpleegkundige is blijven denken (‘rust in de buik geeft rust in het hoofd’).  Zelfbeheersing heeft veel te maken met emotieregulatie.  Deze verpleegkundige heeft de emoties onder controle gehouden en ze is goed blijven rondkijken.  Ze heeft gezien hoe de cliënt eraan toe was, ze zag ook nog twee andere mannen onder invloed, ze heeft misschien de staat van het appartement gezien, de geur die er hing, de lege flesjes bier op tafel, enz.  Deze informatie die de verpleegkundige opneemt helpt om de juiste beslissing te nemen.  De juiste beslissing is die beslissing die juist is voor de verpleegkundige op dat moment.

Tot slot wil ik nog even stilstaan bij het eerstvolgende contact met deze cliënt.  Ik raad aan om hierover met de cliënt in gesprek te gaan (gesprek na een conflictsituatie).  De bedoeling is niet om de cliënt te beoordelen of op andere gedachten te brengen.  Het is wel de bedoeling om samen na te gaan hoe de verpleegkundige heeft gereageerd en hoe dat voor de cliënt was.  Soms blijven zo’n conflicten onbesproken en is het leereffect veel minder.  Dus dat is de bedoeling van zo’n gesprek.  Wat kunnen we leren uit die situatie?

Verbanden met deze situatie

–          Beleidsontwikkeling binnen de organisatie

–          Hoe mensen reageren op agressie?

–          Geweldbeheersing is zelfbeheersing

–          Gesprek voeren na een conflict

Als je nog vragen hebt naar aanleiding van deze bespreking, reageer gerust.

 

Advertenties

Zonder aanleiding

“Na het avondeten begon Nadia (9j) zonder aanleiding Ben (6j) te pesten.  Ze begon ook Hendrik (16j) uit te dagen.  Ik weet niet waarom ze zo doet, maar ik heb gewoon mijn rug gedraaid.  Ik heb me gericht op de andere kinderen die gezellig samen zaten bij de TV.  Nadia deed ondertussen gewoon verder en ik hoopte maar dat Hendrik niet kwaad zou worden.  Ik heb geprobeerd zijn aandacht ook wat af te leiden.  Ik vroeg hem om mee het dessert te maken.

Je zou dan denken dat Ben ervan weg gaat, maar dat is niet zo.  Ik heb het niet gezien, maar Nadia had Ben zijn pyjamabroek uitgetrokken.  Ben kwam al wenend in de keuken.

Ik heb Ben getroost en hem de raad gegeven uit Nadia haar buurt te blijven.

Ik heb dan toch het lastige gevoel dat Nadia gewoon haar zin doet.  Wat moet ik hiermee?”

Bespreking

Dit is een dagboekverslag van een opvoeder in een gezinsvervangende voorziening voor kinderen en jongeren.  Deze opvoeder kiest ervoor om het conflict te vermijden.  De opvoeder zal hier letterlijk een afstand houden tussen de cliënt en zichzelf.   Indien de opvoeder angst ervaart om de mogelijke escalatie of vanuit ‘ik kan dit nu niet’, dan biedt deze afstand ook meer veiligheid.   Wanneer de opvoeder een pauze in de omgang neemt, dan wordt de interactie tussen de cliënt en de opvoeder gestopt.  De opvoeder neemt hiertoe dan het initiatief.  Bijvoorbeeld; de opvoeder zou kunnen denken, dit lukt nu niet, ik ga even weg of ik voel mezelf te kwaad worden, ik ga even afkoelen.

We zien ook dat de opvoeder tracht ‘af te leiden’. De opvoeder begint over iets anders te praten en haalt één van de betrokken jongere uit de situatie.  Dit kan de-escalerend werken. Door de persoon uit de uitlokkende situatie te halen, wordt het conflict ook geneutraliseerd.  Maar we merken dat de opvoeder met vragen blijft zitten: wat moet ik hiermee?

Het lijkt ons belangrijk om met Nadia in gesprek te gaan.   Wij bedoelen dan een gesprek om elkaar in conflictsituaties te leren kennen.  We stellen dan vragen zoals: hoe reageer jij op dingen die je niet leuk vindt?  Hoe wordt jij kwaad?  Hoe is het voor jou als iemand je vastgrijpt?  Wordt je graag geknuffeld? … enz.  In dit gesprek is het dus geenszins de bedoeling om de andere te overtuigen of de les te spellen.   Het is ook de bedoeling om iets te zeggen over hoe jij – als opvoeder en als persoon – omgaat met zaken die jij niet leuk vindt, enz….

Wij gaan ervan uit dat een wederzijdse, positieve band preventief werkt ten aanzien van geweldbeheersing.  Anderzijds weten we ook dat conflicten deel uitmaken van menselijke relaties, zonder dit te willen verheerlijken of de impact ervan te willen minimaliseren.

Heb jij zelf vragen of opmerkingen naar aanleiding van dit conflict.  Je kan steeds reageren.

ziek of bluf?

“De jongens (en ik ook) waren vanmorgen moeilijk wakker te krijgen.  Frank (15 jaar) wilde niet opstaan omdat hij ziek was.  Hij begon te hoesten en was niet uit het bed te krijgen.  Ik zei hem dat hij dan maar naar de dokter moest en ik ben zijn kamer uitgegaan.  Ik heb toen 15 minuten aan de deur staan luisteren zonder dat ik hem had horen hoesten.  Daarna ben ik zijn kamer binnengegaan en heb hem gezegd dat hij er snel uit moest (het hoesten begon meteen weer).  Met veel gekanker is hij dan naar beneden gegaan.  Hij moest apart eten zoals afgesproken ivm  de ruzie van vorige week.

Ik heb wel mijn vragen bij het uit de groep houden van enkele jongens, maar ik ben er zelf nog niet uit.  Misschien kunnen we er later nog eens over praten.

Frank probeerde de groep op zijn hand te krijgen.  De jongens gingen hier niet op in.  Hierna werd hij erg brutaal en dreigde met sancties (het vernielen van mijn auto enz.).  Het heel weekend kwam toen naar boven bij mij.  Ik werd echt heel kwaad.  Dit heeft hij goed opgepakt.  Ik heb hem juist niet weggestuurd, maar hem op zijn plaats (dus apart) aan de tafel gezet.  Zijn fiets was dan nog stuk dus moest hij met de bus.  Ik heb de school verwittigd.

Voordat hij wegging heb ik nog even met hem zitten praten.  Ik vertelde hem dat ik me rot voelde omdat ik hem niet vertrouw (Hij heeft me al een paar keer bedonderd).  Daarom geloof ik niet dat hij ziek was.  Ik heb hem proberen duidelijk te maken dat ik het erg vervelend vind om zo met hem om te moeten gaan, temeer omdat ik hem eigenlijk best een toffe jongen vind.

Dit gesprek verliep bevredigend.  Ondanks dat ik goed kwaad ben geweest heb ik toch fijn gewerkt.”

Nabespreking

Dit is een dagboekverslag van een opvoeder in een residentiële voorziening voor jongens.  De opvoeder krijgt Frank niet uit bed en herhaalt duidelijk de regel: ziek betekent dat je naar de dokter moet.  Als de opvoeder bepaalt dat de jongere bluft, dan krijgt die de instructie om snel op te staan.  Er is veel gekanker en de problemen zijn nog niet van de baan.  Frank probeert zijn invloed uit te oefenen op de andere groepsleden en bedreigt de opvoeder.

Wat ons opvalt in de reactie van de opvoeder is dat hij er niet op ingaat, maar wel duidelijke grenzen stelt (‘ik maak me echt kwaad’) én met de jongere in contact gaat.  De opvoeder stuurt hem niet weg, maar gaat in gesprek met hem.  Hierbij uit de opvoeder zijn echte gevoelens, tijdig. . Gevoelens zeggen veel over de manier waarop we de situatie beleven.  Wat de cliënt doet, of zegt, zal de opvoeder ‘raken’.

De opvoeder zal ervoor kiezen om deze gevoelskant ook te laten zien.  Het gaat hier over echte gevoelens die er zijn en die niet kunnen ontkend worden.  Tijdig uiten’ verwijst naar het moment waarop deze gevoelens getoond worden.  Het is vaak zo dat de opvoeder best niet te lang wacht omdat de hevigheid van de gevoelens de uiting ervan onmogelijk maakt.

Of de eigen gevoelens geuit moeten worden is een persoonlijke keuze die mede bepaald wordt door de manier waarop de opvoeder zich kwetsbaar kan en wil opstellen.    De opvoeder heeft hiermee duidelijk aandacht voor het relationele kader dat zeker een groot deel uitmaakt van dit conflict.

We weten nooit 100 % zeker hoe iemand zal reageren, maar als je erin slaagt om contact te maken en in gesprek te gaan met de tegenstaander, dan heb je meer kans dat zo’n conflict geweldloos kan opgelost worden.