ziek of bluf?

“De jongens (en ik ook) waren vanmorgen moeilijk wakker te krijgen.  Frank (15 jaar) wilde niet opstaan omdat hij ziek was.  Hij begon te hoesten en was niet uit het bed te krijgen.  Ik zei hem dat hij dan maar naar de dokter moest en ik ben zijn kamer uitgegaan.  Ik heb toen 15 minuten aan de deur staan luisteren zonder dat ik hem had horen hoesten.  Daarna ben ik zijn kamer binnengegaan en heb hem gezegd dat hij er snel uit moest (het hoesten begon meteen weer).  Met veel gekanker is hij dan naar beneden gegaan.  Hij moest apart eten zoals afgesproken ivm  de ruzie van vorige week.

Ik heb wel mijn vragen bij het uit de groep houden van enkele jongens, maar ik ben er zelf nog niet uit.  Misschien kunnen we er later nog eens over praten.

Frank probeerde de groep op zijn hand te krijgen.  De jongens gingen hier niet op in.  Hierna werd hij erg brutaal en dreigde met sancties (het vernielen van mijn auto enz.).  Het heel weekend kwam toen naar boven bij mij.  Ik werd echt heel kwaad.  Dit heeft hij goed opgepakt.  Ik heb hem juist niet weggestuurd, maar hem op zijn plaats (dus apart) aan de tafel gezet.  Zijn fiets was dan nog stuk dus moest hij met de bus.  Ik heb de school verwittigd.

Voordat hij wegging heb ik nog even met hem zitten praten.  Ik vertelde hem dat ik me rot voelde omdat ik hem niet vertrouw (Hij heeft me al een paar keer bedonderd).  Daarom geloof ik niet dat hij ziek was.  Ik heb hem proberen duidelijk te maken dat ik het erg vervelend vind om zo met hem om te moeten gaan, temeer omdat ik hem eigenlijk best een toffe jongen vind.

Dit gesprek verliep bevredigend.  Ondanks dat ik goed kwaad ben geweest heb ik toch fijn gewerkt.”

Nabespreking

Dit is een dagboekverslag van een opvoeder in een residentiële voorziening voor jongens.  De opvoeder krijgt Frank niet uit bed en herhaalt duidelijk de regel: ziek betekent dat je naar de dokter moet.  Als de opvoeder bepaalt dat de jongere bluft, dan krijgt die de instructie om snel op te staan.  Er is veel gekanker en de problemen zijn nog niet van de baan.  Frank probeert zijn invloed uit te oefenen op de andere groepsleden en bedreigt de opvoeder.

Wat ons opvalt in de reactie van de opvoeder is dat hij er niet op ingaat, maar wel duidelijke grenzen stelt (‘ik maak me echt kwaad’) én met de jongere in contact gaat.  De opvoeder stuurt hem niet weg, maar gaat in gesprek met hem.  Hierbij uit de opvoeder zijn echte gevoelens, tijdig. . Gevoelens zeggen veel over de manier waarop we de situatie beleven.  Wat de cliënt doet, of zegt, zal de opvoeder ‘raken’.

De opvoeder zal ervoor kiezen om deze gevoelskant ook te laten zien.  Het gaat hier over echte gevoelens die er zijn en die niet kunnen ontkend worden.  Tijdig uiten’ verwijst naar het moment waarop deze gevoelens getoond worden.  Het is vaak zo dat de opvoeder best niet te lang wacht omdat de hevigheid van de gevoelens de uiting ervan onmogelijk maakt.

Of de eigen gevoelens geuit moeten worden is een persoonlijke keuze die mede bepaald wordt door de manier waarop de opvoeder zich kwetsbaar kan en wil opstellen.    De opvoeder heeft hiermee duidelijk aandacht voor het relationele kader dat zeker een groot deel uitmaakt van dit conflict.

We weten nooit 100 % zeker hoe iemand zal reageren, maar als je erin slaagt om contact te maken en in gesprek te gaan met de tegenstaander, dan heb je meer kans dat zo’n conflict geweldloos kan opgelost worden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s